Rekenen

Bij de rekenbegeleiding volg ik het Protocol Ernstige RekenWiskunde-problemen en Dyscalculie (Protocol ERWD) van Van Groenestijn, Borghouts en Janssen (2011). Op basis van gegevens die ik van de school aangeleverd krijg, zoals toetsresultaten en de reeds geboden ondersteuning, voer ik een diagnostisch rekengesprek met de kinderen. Tijdens dit gesprek maken kinderen onder andere sommen en observeer ik hoe zij rekenen en waar zij vastlopen. De informatie die ik zo verkrijg, vul ik aan met een gesprek met de leerkracht en met ouders. Uit al deze informatie tezamen volgt mijn plan van aanpak.

De rekenwiskundige ontwikkeling en begeleiding.

Rekenen bestaat uit vier verschillende domeinen, namelijk: getallen, verhoudingen, meten & meetkunde en verbanden. Elk domein bestaat uit verschillende leerlijnen. Bijvoorbeeld de leerlijnen lengte, omtrek en oppervlakte binnen het domein meten & meetkunde. Een leerlijn is een opbouw van leerinhouden en geeft aan welke stappen er achtereenvolgens doorlopen moeten worden om tot een bepaald einddoel te kunnen komen.

Een goede rekenwiskundige ontwikkeling binnen een leerlijn verloopt via vier hoofdfasen die leerlingen successievelijk doorlopen, beschreven in het hoofdlijnenmodel. Het gaat om deze vier hoofdfasen:

  • Begripsvorming: conceptontwikkeling en het verlenen van betekenis aan kennis en vaardigheden. Leerlingen leren bijvoorbeeld het concept vermenigvuldigen begrijpen. Voor de begeleiding is het belangrijk om eerst te werken met concreet materiaal. Volgens het Handelingsmodel (Van Groenestijn, Borghouts en Janssen, 2011) doorlopen kinderen bij elke nieuw rekeninhoud namelijk vier handelingsniveaus, van het werken met materialen, via het werken met tekeningen en schema’s, tot en met het maken van de ‘kale of formele’ som. De Vertaalcirkel van Borghouts (2011/2012) is een mooi hulpmiddel voor mij om te werken aan de begripsvorming. Bij de Vertaalcirkel maken kinderen meerdere ‘vertalingen’ van een som. Zo tekenen ze de som, bedenken ze er een verhaal bij en spelen ze de situatie na.
  • Ontwikkelen van oplossingsprocedures: alle rekenhandelingen die gericht zijn op het uitrekenen van een bewerking. Kinderen hebben vaak behoefte aan directe instructie (voordoen, nadoen, samendoen, zelf doen) en aan een duidelijke structuur bij het inoefenen. Ik geef hierbij visuele ondersteuning. Ook verwoorden we samen alle denkstappen.
  • Vlot leren rekenen: oefenen, automatiseren en memoriseren. Als de sommen zijn aangeboden en de stappen die leerlingen moeten nemen zijn ingeoefend, volgt het automatiseren. Voor het aanleren van de tafels maak ik bijvoorbeeld gebruik van verschillende methoden, zoals stoplicht-bakjes, rekenspellen van de methodiek ‘Met Sprongen Vooruit’ en de website ‘Tafeldiploma.nl’.
  • Flexibel toepassen van kennis en vaardigheden. Voor zwakkere leerlingen helpt het als zij op hun eigen manier mogen reken, met behulp van hun eigen ‘beste’ oplossingsmanieren. Dit communiceer ik met de leerkracht.

Contextsommen

Naast de basisvaardigheden van optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen wordt binnen het rekenonderwijs verwacht dat kinderen kunnen rekenen vanuit een verhaal. Door deze zogeheten verhaalsommen worden kinderen voorbereid op het gebruik van rekenen buiten de rekenles.

Bij het oefenen van contextsommen maak ik gebruik van het drieslagmodel (Van Groenestijn, Borghouts en Janssen, 2011). Het drieslagmodel heeft drie assen, namelijk:

  • Betekenis verlenen aan het verhaal (ook wel “plannen” genoemd): wat is de som en hoe kan ik deze oplossen?
  • De bewerking uitvoeren;
  • Reflecteren op de oplossing

Gebruik maken van het drieslagmodel helpt kinderen bij het maken van contextopgaven, omdat het model hen deze opgaven op een systematische en gestructureerde manier aan laat pakken. De Vertaalcirkel is ook hier een goed hulpmiddel om leerlingen te helpen om betekenis te verlenen aan de verhaaltjessom.